Dorpen van de provincie Drenthe

Kies de beginletter


Ten noordwesten van Hoogeveen ligt het dorp Fluitenberg. Men vermoedt dat de eerste bewoners van het dorp zich daar al in de late middeleeuwen hebben gevestigd. Toch was Fluitenberg tot ver in de negentiende eeuw niet meer dan een gehucht omringd door woeste gronden. Samen met het westelijker gelegen buurschap Kalenberg telde Fluitenberg rond 1810 slechts negen woningen. Pas in de twintigste eeuw groeide het gehucht uit tot het forensendorp dat Fluitenberg nu is.Nabij Fluitenberg liggen de Zeven Heuvels, een prehistorische begraafplaats uit de Bronstijd.Aan het einde van de negentiende eeuw telde het gebied nog twintig grafheuvels, maar door ontginningen zijn er nog maar zeven over.Inmiddels zijn de grafheuvels uitgeroepen tot monument. Bij de aanleg van een nieuwe begraafplaats aan de Fluitenbergseweg, stuitte men in 2006 op de resten van een prehistorisch erf, waarschijnlijk uit de IJzertijd.Zuidelijk van Fluitenberg stroomt het Oude Diep, een beek die jarenlang een deel van de grens vormde tussen de gemeentes Hoogeveen en Ruinen. Bij de gemeentelijke herindeling van 1998 werd het oostelijke deel van de gemeente Ruinen, waartoe Fluitenberg behoorde, bij de gemeente Hoogeveen gevoegd.Voor het ontstaan van Hoogeveen, bijna 400 jaar geleden, heette het Oude Diep nog de Vleute. De Vleutenbarg was een hoogte nabij deze beek. De naam Fluitenberg is daar een verbastering van.In de zeventiende eeuw werd op dit hoger gelegen stuk land een boerenerf gesticht door de familie Sol. Nakomelingen van deze familie Sol stelden ruimte beschikbaar voor het basisonderwijs in Fluitenberg. Vanaf 1834 werd les gegeven in een leegstaande kamer van de boerderij. Later werd op hun grond een primitieve school gebouwd, maar die brandde rond 1850 af. In 1872 kwam er een nieuwe school, tot die tijd waren Fluitenbergse kinderen aangewezen op scholen in de omgeving. Deze school moest eind twintigste eeuw de deuren sluiten door bezuinigingen en een gebrek aan leerlingen.

Fort is een buurschap aan de gelijknamige weg nabij Zuidwolde. Het dorp is ontstaan in de loop van de negentiende eeuw, toen men begon met de ontginning van dit gebied.Voor turfvaart en afwatering groef men een uitgebreid stelsel van kanalen. In 1839 is de Fortwijk gegraven, een kanaal dat moest aansluiten op de Hoogeveensche Vaart. Aan weerszijden van de Fortwijk vestigden zich de eerste bewoners, voornamelijk veenarbeiders en later ook boeren. In de jaren ’20 van de vorige eeuw werd de Fortwijk gedempt en werd het een straat, de Fort.Fort wordt omringd door weilanden met veldnamen van naburige nederzettingen, zoals het Veld van Pieperij, het Drogterveld en het Bazuinerveld. De naam van Fort kan duiden op een vestingwerk, maar kan ook afgeleid zijn van het woord voorde, wat een begaanbare strook door veen of water is. Wel is zeker dat er in het verleden een boerderij heeft gestaan met de naam Het Fort. De eerste bewoners van de streek waren turfgravers en zij konden in de boerderij voor korte tijd onderdak krijgen.In het pand werden ook fnanciële zaken afgehandeld, zoals de betaling van afvaartsgeld voor de turf.In het dorp staat het beeld Samenwerking, een natuurstenen beeld van een vader en zijn zoon die allebei een volgeladen kruiwagen voortduwen. Het wordt daarom ook vaak Vader en Zoon genoemd. Het beeld, gemaakt door Marijke A. Ravenswaaij-Deege, is in 1997 onthuld en symboliseert het agrarische karakter van Fort en de saamhorigheid onder de dorpsbewoners. Aan de Drogtenweg en Meeuwenweg staan een paar moderne hallenhuisboerderijen en een enkele ontginningsboerderij. In Fort staat een kleine openbare lagere school, De Vaarboom, met enkele tientallen leerlingen. Ook heeft het dorp een eigen dorpshuis, De Snikke.

Tussen Roden en Roderwolde ligt het buurschap Foxwolde. De geschiedenis van Foxwolde gaat terug tot in de middeleeuwen. In het veengebied boven Roden lag een langgerekte zandrug. Vanaf deze hoger gelegen dijk begon men met de ontginning van het veen. Langzamerhand vestigden zich steeds meer boeren en arbeiders langs de dijk en ontstond er lintbebouwing langs de Roderwolderweg. In een oorkonde uit 1313 komt de plaats al voor onder de naam Fokeswolde. Het naamdeel wolde duidt op een bosrijke omgeving, het eerste deel van de naam kan slaan op een persoonsnaam of op het roofdier vos.Ten oosten van Foxwolde stroomt het gekanaliseerde Peizerdiep richting Hoogkerk.Monniken of lekebroeders van het klooster in het Groningse Aduard haalden bij Foxwolde potklei uit de bodem, waarvan zij hun kloostermoppen en dakpannen maakten. Deze werd vervolgens afgevoerd via het Peizerdiep. Al in de veertiende eeuw was Foxwolde daardoor betrokken bij overleg tussen een aantal NoordDrentse dorpen en het klooster van Aduard. Er werden afspraken gemaakt over het gebruik van de waterwegen, over de sluis bij Aduarderzijl en over de paden die langs het water lagen.In de putten die ontstonden door de afgraving van de klei ontstond een bijzondere moerasvegetatie van voornamelijk loofbomen. Een deel is bewaard gebleven en kreeg de naam Kleibosch. Het bos wordt sinds de jaren ’60 van de vorige eeuw beheerd door stichting Het Drentse Landschap. Deze stichting kocht in 1988 ook de vroeg negentiende-eeuwse boerderij Tichelwerk. Deze is gerenoveerd en omgevormd tot beheersboerderij. Tichelwerk is het woord dat men gebruikte voor het winnen van potklei.Door de ontginningen van het veen ontwikkelde Foxwolde zich van kleine veenkoloniale nederzetting tot agrarisch streekdorp. Het dorp had veel boerderijen waar met akkerbouw en veeteelt geld werd verdiend. De schaalvergroting in de jaren ’60 zorgde, net als elders in Drenthe, voor de sluiting van veel boerenbedrijven. De oorspronkelijke perceelscheidingen in de vorm van houtwallen werden verwijderd en de boerderijen werden omgebouwd tot woonhuis.

De oorsprong van het koloniedorp Frederiksoord gaat terug tot de zeventiende eeuw. Omstreeks 1614 kocht jonkheer Van Westerbeek, commandeur van Steenwijk, het veengebied ten zuidwesten van Vledder. De streek werd ontgonnen en kreeg de naam Westerbeeksloot.Rond 1670 stonden er al negen boerderijen. In 1818 werd het landgoed verkocht aan de Maatschappij van Weldadigheid. Deze Maatschappij had zich ten doel gesteld de armoede te bestrijden door landbouwkolonies te stichten in het grensgebied van Drenthe, Overijssel en Friesland. De gezinnen die hier kwamen wonen zouden werk krijgen op het land en er was scholing voor de kinderen.De eerste kolonie kwam gereed in 1818 en kreeg de naam Westerbeeksloot. Een jaar later werd al een tweede kolonie gebouwd. De twee kolonies werden samengevoegd en het nieuwe dorp kreeg de naam Frederiksoord, vernoemd naar de beschermheer van de Maatschappij, prins Frederik van Oranje-Nassau, de tweede zoon van koning Willem I. In het dorp staat aan de Majoor van Swietenlaan nog het statige, witgeverfde landhuis Westerbeek, dat deels uit zeventiende eeuw stamt. Bijna twee eeuwen later is het pand nog eigendom van de Maatschappij van Weldadigheid, die overigens ook nog bestaat.Naast de witte koloniehuizen bouwde de Maatschappij in 1884 in Frederiksoord de eerste tuinbouwschool met de naam Gerard Adriaan van Swieten. Enkele jaren geleden werd deze school gesloten. Er werden eind negentiende eeuw kleine bedrijfjes opgericht en men bouwde twee rustoorden voor de bejaarde inwoners. In Frederiksoord staan tegenwoordig nog een aantal koloniewoningen aan de Majoor van Swietenlaan en de Koningin Wilhelminalaan. Bijzonder is ook Hotel Frederiksoord. De kern van het gebouw is achtttiende-eeuws. Op de rotonde in de Majoor van Swietenlaan staat sinds 2002 een opvallende bronzen wegwijzer.In museum De Koloniehof in Frederiksoord wordt de herinnering aan de voormalige landbouwkolonies levend gehouden door permanente exposities, een nagebouwde koloniewoning en voorbeeldakkers. Frederiksoord staat ook bekend om zijn grote jaarlijkse bloemencorso Floralia.